Op 30/04/2004 verscheen in het Belgisch Staatsblad het
Koninklijk besluit van 26-04-2004
tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot
aanwijzing van de zware overtredingen per graad van de algemene
reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie
over het wegverkeer en Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare
weg.
|
Wijzigingen
aan het Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen
reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de
openbare weg.
|
BEPALINGEN
Aan artikel 2 worden volgende nieuwe bepalingen toegevoegd :
- Art. 2.48. "Verblijfsgebied",
gebied bestaande uit een of meer straten waarin de verblijfsfunctie
door de wegbeheerder belangrijker gesteld wordt dan de verkeersfunctie.
"Verblijfsfunctie" is de rol die een straat of een weg speelt als drager voor niet gemotoriseerde verplaatsingen en activiteiten.
"Verkeersfunctie" is de rol die een straat of een weg speelt als drager voor gemotoriseerde
verplaatsingen.
- Art. 2.49. "Vakantiezone",
zone waarin tijdelijk veel vakantiegangers verblijven en waarbinnen
veel voetgangers en fietsers op de openbare weg, en zelfs meer bepaald
op de rijbaan, aanwezig kunnen zijn.
Deze zone omvat één of meer openbare wegen of gedeelten ervan, die
afgebakend zijn met het verkeersbord F4a en F4b indien het om een zone
binnen de bebouwde kom gaat, of met het verkeersbord zonale C43 met de
vermelding 50 of zonale C43 met de vermelding 70 indien het om een zone
buiten de bebouwde kom gaat, gecombineerd met het verkeersbord A51
voorzien van een onderbord met de vermelding "vakantiezone".
PLAATS VAN DE BESTUURDERS OP DE OPENBARE WEG
Artikel 9.3 wordt artikel 9.3.1.
Er wordt een nieuw artikel 9.3.2. ingevoegd namelijk :
Art. 9.3.2. In afwijking van de verplichting zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan
te blijven, bedoeld in 9.3.1, mag de bestuurder van een motorfiets op een rijbaan die niet verdeeld is
in rijstroken zich over de ganse breedte begeven voor zover deze slechts opengesteld is in zijn rijrichting
en op de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen.
Het is het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading die in aanmerking
moeten worden genomen om de plaats van de motorfietser te bepalen.
De rijbewegingen door de bestuurder van een motorfiets uitgevoerd op het gedeelte van de rijbaan
dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres zoals bedoeld in artikel 12.4 beschouwd en
vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers.
De bestuurder mag echter niet de inhaalbewegingen hinderen waarmee achterliggers begonnen zijn.".
Dit wetsartikel houdt dus in dat de motorrijders in het midden of op 2/3 van hun rijstrook mogen rijden.
ZONES MET EEN SNELHEIDSBEPERKING VAN 30 KM/U
In artikel 22 quater wordt het tweede lid opgeheven.
Binnen de zones afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b is de snelheid beperkt tot 30 km per uur.
De vereisten voor het inrichten van deze zones worden door Ons bepaald.
Dit heeft tot gevolg dat het K.B. van 9 oktober 1998, tot bepaling van de
vereisten voor het instellen van zones met een snelheidsbeperking tot 30 km/u,
opgeheven wordt.
VERKEERSTEKENS
Art. 68
Volgende nieuwe verkeersborden worden ingevoerd :
C48 |
Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod de cruise control of kruissnelheidsregelaar
te gebruiken.Een opschrift op een onderbord beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen
waarvan de maximale toegelaten massa hoger is dan de aangeduide massa. |
C49 |
Einde van het verbod opgelegd door het verkeersbord C48. |
Art 72.5.
Volgend nieuw bord wordt ingevoerd :
F17 |
De voertuigen bestemd voor het woon-werkverkeer die gesignaleerd zijn
door het bord hierna afgebeeld en behorend tot de categorieën M2 en M3,
bedoeld in het technisch reglement van de auto's, mogen deze rijstrook volgen
wanneer het verkeersbord F17 aangevuld is met een gelijksoortig symbool.
In dat geval mag het symbool eveneens op de rijstrook aangebracht worden.
Dit bord op het voertuig heeft een zijde van ten minste 0,40 m;
de achtergrond ervan moet van retro-reflecterende producten voorzien zijn.
Dit bord moet goed zichtbaar op het linkergedeelte vooraan en achteraan op het voertuig aangebracht zijn;
het moet verwijderd of afgedekt worden wanneer het voertuig niet gebruikt wordt voor woon-werkverkeer. |
In
artikel 72.6 worden de volgende leden ingevoegd tussen het vierde en het vijfde lid:
"Wanneer de in 72.5, vijfde lid, bedoelde voertuigen bestemd voor woon-werkverkeer deze bedding mogen volgen,
wordt het verkeersbord F18 aangevuld met het symbool vermeld in die bepaling.".
F18
|
Wijzigingen
aan het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de
zware overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter
uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer
|
Zware overtredingen van de eerste graad die “andere overtredingen” worden :
- Het stilstaan of parkeren :
-
op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen,
behoudens plaatselijke reglementering; alsook op de fietspaden,
(behalve wanneer dit stilstaan of dit parkeren de gebruikers van die trottoirs,
verhoogde bermen of fietspaden verplicht de rijbaan te gebruiken)
(art 24.1° en 24.2° - K.B. 01/12/1975)
-
in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van
de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
(art 24.7° - K.B. 01/12/1975)
-
op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,
behoudens plaatselijke reglementering; (art 24.8° - K.B. 01/12/1975)
-
op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten; (art 24.9° - K.B. 01/12/1975)
-
op minder dan 20 meter voor de verkeersborden (art 24.10° - K.B. 01/12/1975)
-
Geparkeerd hebben op een parkeerplaats voorbehouden voor mensen met een handicap
zonder de speciale kaart te hebben geplaatst op de binnenkant van de voorruit of,
als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. (Art. 27bis° - K.B. 01/12/1975)
-
Hebben gereden met een voertuig voor gehandicapte personen,
een fiets of een gekoppeld voertuig zonder verlichting aan de voorzijde of de achterzijde
wanneer het gebruik van de lichten verplicht was. (Art. 30.2 en 30.3 - K.B. 01/12/1975)
-
Ingeval van een verkeersbelemmering in de gevolgde richting, zich op een oversteekplaats
voor voetgangers hebben begeven en daar tot stilstand zijn gekomen. (Art. 40.5 - K.B. 01/12/1975)
-
Het kentekenbewijs niet aan boord van het voertuig hebben. (Art. 17, § 1 - K.B. 20/07/2001)
-
De kentekenplaat niet terugsturen binnen de opgelegde termijnen. (Art. 35 - K.B. 20/07/2001)
-
De « proefrittenplaat » of de « handelaarsplaat » niet teruggestuurd hebben
binnen de voorgeschreven termijn bij beëindiging van de uitoefening van de activiteit.
(Art. 18 - K.B. 08/01/1996)
-
De « proefrittenplaat » of de « handelaarsplaat » niet teruggestuurd hebben
binnen de voorgeschreven termijn, zodra de houder niet meer verzekerd is.
(Art. 19 - K.B. 08/01/1996)
-
Het inschrijvingsbewijs « proefritten » of « handelaar» niet kunnen vertonen. (Art. 31- K.B. 08/01/1996)
Wijziging aan de zware overtredingen van de eerste graad :
Zijn zware overtredingen van de eerste graad :
- Het stilstaan of parkeren :
-
op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers
en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter
vóór deze oversteekplaatsen; (art 24.4° - K.B. 01/12/1975)
Opmerking: Dit is wat de wetgever bedoelt, doch door een verkeerde verwijzing in de wettekst
blijft het parkeren tot 5 m voor de oversteekplaats een zware overtreding.
- Parkeerverbod :
-
Parkeerverbod op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3° c,
behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn
van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3.,
wordt toegevoegd aan de lijst van zware overtredingen van de eerste graad. (Art 25.1.14 ° - K.B. 01/12/1975)
Opgelet: Vervanging (zie artikel 25.1.14°)
Nieuwe zware overtreding van de derde graad :
Elke bestuurder van een stilstaand of geparkeerd voertuig moet dit verplaatsen
zodra hij daartoe door een bevoegd persoon aangemaand wordt.
Weigert de bestuurder of is hij afwezig, dan mag de bevoegde persoon ambtshalve
voor de verplaatsing van het voertuig zorgen.
De verplaatsing gebeurt op risico en kosten van de bestuurder en de burgerlijk aanprakelijke personen,
behalve wanneer de bestuurder afwezig is en het voertuig reglementair is geparkeerd.
Zonder het optreden van een bevoegd persoon kan dit recht in dezelfde omstandigheden,
niet door een weggebruiker uitgeoefend worden.
Technische rechtzetting
Het inhalen (links of rechts) (Art 16.3 – K.B. 01/12/1975) kon zowel
een zware overtreding van de eerste als de tweede graad zijn. Dit werd
nu duidelijk omschreven :
- Links inhalen wanneer het verboden is : zware overtreding van de tweede graad
- Rechts inhalen wanneer het verboden is : zware overtreding van de derde graad
|
Deze wetswijzigingen hebben ook tot gevolg dat het ministerieel besluit van
11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere
plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, gewijzigd
wordt.
|
Gewijzigd artikel :
Artikel 9.9.
Verkeersbord C43. Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt,
verbod te rijden met een grotere snelheid dan deze die is aangeduid.
C43
1° Dit verkeersbord mag niet gebruikt worden op plaatsen waar :
a) de bijzondere plaatsgesteldheid duidelijk een snelheidsvermindering oplegt;
b) waar een gevaarsbord kan gebruikt worden behalve wat betreft het gevaarsbord A23
wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a, gebeurlijk met veranderlijke informatie,
conform het artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer
en van het gebruik van de openbare weg en behalve wat betreft het gevaarsbord A51
wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a of zonale C43 met de vermelding 50
of zonale C43 met de vermelding 70.
A23
F4a
Tevens vinden we hier enkele nieuwe artikels terug :
Artikel 9.12
(verkeersbord C48)
Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod de cruise control of kruissnelheidsregelaar te gebruiken.
Een onderbord van het type VII van bijlage 2 tot dit besluit, aangebracht onder het verkeersbord C48
beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen waarvan de maximale toegelaten massa hoger is
dan de aangeduide.
C48
onderbord van het type VII van bijlage 2
Artikel 12.1.bis 3. Met deze verkeersborden worden één of meerdere straten afgebakend
waarin de verblijfsfunctie primeert of waarin de verkeersfunctie ondergeschikt wordt gemaakt
aan de verblijfsfunctie, en dit als gevolg van het beleid dat door de wegbeheerder gevoerd wordt.
Artikel 12.1.bis 4. De toegang tot de zone 30, die aangeduid wordt met deze verkeersborden,
moet duidelijk herkenbaar zijn door de plaatsgesteldheid, door een inrichting of door beide.
Artikel 12.1.bis 5. Indien aansluitend bij een schoolomgeving, zoals gedefinieerd in artikel 2.37
van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer
en van het gebruik van de openbare weg, de mogelijkheid bestaat om een grotere zone 30 af te bakenen omdat
er één of meer straten op aansluiten met een overwegende verblijfsfunctie,
zodat de schoolomgeving hierin vervat kan zijn, dan kan deze meer omvattende zone 30 afgebakend worden,
in plaats van alleen maar de strikter geïnterpreteerde schoolomgeving.
Artikel 12.1ter
(verkeersborden F4a en A23. Begin van een
schoolomgeving
Verkeersbord F4b. Einde van een schoolomgeving)
Behoudens uitzonderlijke gevallen, gerechtvaardigd door de plaatsgesteldheid moet
elke schoolomgeving met deze verkeersborden worden afgebakend.
A23
F4a
F4b
[ Terug naar overzicht ]